Reisverslag februari maart 2015

Reisverslag deel 1

Wat betreft het aantal keren dat ik naar Sumba ben gereisd raak ik de tel een beetje kwijt, en dat is alleen maar goed. Maar elke keer is het toch weer een hele sprong, en ook nu ben ik benieuwd wat de komende weken me gaan brengen.
Ik reis deze keer met Garuda en dat bevalt prima. Omdat ik nu in Jakarta het land binnenkom, heb ik daar al paspoort- en visumcontrole. Naar Bali is dan vervolgens een binnenlandse vlucht, en daar kan ik zo naar buiten lopen met m’n koffer. Waar dié dan gecontroleerd is is me een raadsel, maar ik vind het best. (Wie weet had ik op deze manier de stomaspullen van de vorige keer wél zomaar het land in gekregen).
De volgende dag reis ik door naar Sumba, ook weer met Garuda, en dat scheelt me heel wat geld aan overbagage, want bij Garuda mogen er 20 kg mee i.p.v. de luizige 10 kilo bij Lion Air.

Pater Mike wacht me op bij het vliegveld en samen gaan we naar de asrama, waar er uitbundig geknuffeld wordt. Fijn om er weer te zijn en ik merk al snel dat het goed gaat met de kinderen.
De afgelopen maanden hebben hen zelfbewuster gemaakt en de band met ibu Sulis en pater Mike en de rest van het team van Sosial Donders is gegroeid.
We praten samen over allerlei gebeurtenissen van de afgelopen maanden en ik vind dat de kinderen opener zijn geworden en meer durven te zeggen wat ze denken.

Als Sulis er niet is, is opa Bambang het aanspreekpunt voor de kinderen. Opa Bambang is de tuinspecialist en helpt de kinderen met het aanleggen van hun eigen groententuin. Ook zijn er broedhokken in aanbouw zodat er straks altijd verse eieren zijn.
Naast opa Bambang woont de 14jarige Linda met haar kindje Anta ook nog steeds in de asrama; het gaat goed met hen en Linda is helemaal opgebloeid, gaat naar school en iedereen helpt mee met de verzorging van Anta.
Ook Marche woont met haar tweejarige dochtertje Marinka op een kamer. Marche is ook opgevangen door Sosial Donders als ongehuwde moeder en ze helpt mee in het team van Donders en in de asrama.
De oudste kinderen van de asrama, Lule en Lidia, worden regelmatig betrokken bij de activiteiten van Sosial Donders in de kampungs, en gaan dan mee op pad. Dat vinden ze superinteressant en ze leren er veel van.
Ik gebruik de eerste paar dagen om wat te acclimatiseren, te kletsen met de kinderen en gewoon om in het algemeen te observeren, en ik merk dat we als stichting een goeie keuze hebben gemaakt door te gaan samenwerken met Sosial Donders en dat het gebouw veel intensiever benut wordt dan in het verleden.

Al na 2 dagen krijg ik familiebezoek van tante Tineke uit Dokkum, met achter zich aan 6 neven en nichten. Zo grappig om met hen allemaal in de pondok te zitten. De kinderen vinden het ook prachtig en zijn druk aan het namen oefenen. Pater Mike en ik vertellen over de samenwerking en de doelen, samen bekijken we het hele gebouw en al snel pakt Umbu z’n gitaar en gaat er gezongen worden.
Ze zijn druk aan het oefenen voor een kleine ceremonie bij Lukas en Siska in Oro beach de volgende dag, en het zijn zeer gezellige uurtjes.
Een bezoek aan kampung GolluDapi stellen we uit naar de volgende dag, omdat het gaat stortregenen en onweren.

Vlakbij kampung Gollu Dapi wordt een zgn Smart House gebouwd, een multifunctioneel huis, gebouwd in traditionele Sumbanese stijl. Aan het Smart House project doen 10 omringende kampungs mee en het wordt helemaal begeleid door een team van Sosial Donders.
De komende 5 jaar worden de moeders begeleid in het lesgeven aan de kleuters, en worden de bewoners van de kampungs begeleid bij het land bebouwen, samenwerken en allerlei activiteiten ter verbetering van de leefomstandigheden.
Samen met pater Mike en mijn familie ga ik er heen en zien we dat de fundamenten voor het huis er inmiddels liggen en dat ze bezig zijn met het voorbereiden van de opbouw van het fundament. Het is nu regentijd, waardoor de bouw min of meer stilligt, maar we hopen met z’n allen dat de klus in juni geklaard is.
We drinken koffie en thee, bekijken de bouwtekeningen, lachen en kletsen met elkaar.
Het is zo leuk om deze mensen weer te zien, en te merken dat ze echt blij zijn met de ontwikkelingen en de aandacht die ze krijgen voor hun leefomstandigheden.
De bouw van dit Smart House en het hele educatieproces daar omheen worden geheel door SOS gesponsord en uitgevoerd door Sosial Donders in samenwerking met de bewoners van de kampungs.

’s Avonds ga ik met het hele Donders team naar Oro beach, naar Lukas en Siska. Serli en Lidia van de asrama zijn ook mee. Er is een kleine ceremonie omdat de moeder van Lukas in Duitsland overleden is; en tegelijk wordt de komst van het derde kindje van Lukas en Siska gevierd. Dood en leven vlak bij elkaar. Het hele team van Donders staat ook hier weer enthousiast te zingen, prachtig!
Na de ceremonie is er eten voor iedereen en wordt het een beregezellige avond met veel muziek!
Op de terugweg in de auto valt Serli in mijn armen in slaap, zit opa Bambang naast me met een slapende Marinka in z’n armen en staat er een djembee tussen ons in die de hele avond op z’n kop heeft gehad...

Morgen begint  in het gebouw van SOS een meerdaagse training van verschillende NGO’s vanuit heel Sumba, die allemaal samenwerken met Hivos aangaande een project met de naam Woman and Energy. In een patriarchale samenleving zijn de vrouwen vaak de sleutel tot verandering, en daar gaat deze meerdaagse training over, die onder leiding staat van iemand uit Bandung (Java)
Vanavond zijn er al allerlei deelnemers uit Oost-Sumba neergestreken in het gebouw, dat dus de komende dagen mede dienst zal doen als ‘conferentieoord.’
Volgens mij moet ik morgen bij de opening ook iets zeggen...
Het gebouw wordt intensief gebruikt en dat was precies waar we naar toe wilden!

Reisverslag deel 2

Vandaag komt Martijn Näring aan op Sumba, binnenkort wordt hij een nieuw bestuurslid en draait al een poosje mee. Voor hem wordt het de eerste keer Sumba, ik ben benieuwd hoe hij het allemaal ervaart en het is voor mij erg prettig om samen dingen te kunnen overleggen.

Afgelopen week heeft Agung een nachtje in de politiecel door moeten brengen. Agung knettert het liefst op een vehikel rond wat je moeilijk een brommer kunt noemen, en die hij bovendien leent van een vriend. Hij spijbelt vaak en heeft foute vrienden.
Kortom, hij moet voorlopig kort gehouden worden en extra klussen doen in de asrama, zodat er geen tijd meer is om naar buiten te gaan.
Pater Mike en ik gaan samen naar zijn ouders om het te vertellen. Agung is de oudste van 7 kinderen, en als we het huisje zien waar ze wonen kunnen we amper geloven dat hier een heel gezin woont. Meer dan een boomhut is het niet, hoog in de heuvels. Het enige wat ze hebben is werkelijk een fenomenaal uitzicht. Vader en moeder komen er al snel aanlopen, pater Mike zit tussen hen in en vertelt. Vader begint te huilen, moeder zit stil naast me. Ik voel me voor de zoveelste keer een ongelofelijk rijke stinkerd...
Binnen 10 minuten zitten er allerlei mannen, vrouwen en kinderen om ons heen. Ze rennen moeiteloos over de rotsachtige heuvel en gaan gehurkt boven op een steen zitten, terwijl ik net voor mijn gevoel een lastige klim heb gemaakt...klungel die ik ben...
Met Agung hebben we later ook nog een gesprek, veel respons krijgen we niet en ik kan niet peilen in hoeverre het zin heeft om dit gesprek te voeren. De praktijk zal het moeten uitwijzen.

Ik ga voor de tweede keer naar kampung GolluDapi en maak een les voor de kleuters mee. De lessen worden door 2 tutor moeders gegeven, met ondersteuning van een aantal jongen mensen van Sosial Donders. Er wordt de kinderen geleerd nagels te knippen, handen te wassen en tanden te poetsen. Daarnaast wordt er uit volle borst gezongen o.l.v. Neo, bij wie ik achter op de brommer naar GolluDapi ben gegaan, met de gitaar op m’n schoot.
Een vrij hachelijke onderneming, omdat de weg erg slecht is en bovendien erg drassig door de vele regenbuien. Naar mijn idee gaat lopen sneller, maar de kunst is om gewoon te blijven zitten en er op te vertrouwen dat de bestuurder van de brommer in evenwicht blijft...

SOS sponsort voor een deel een malaria project, een initiatief van Gerard Hilte, uitgevoerd door Transfair Indonesia. Het project is opgezet door Petra Wisse en is daarna overgedragen aan een Sumbanees team, o.l.v. Ronny Malelak. Het kantoor van Transfair Indonesia is gehuisvest in asrama SOS en SOS draagt tevens een steentje bij in de kosten van het eductieve gedeelte van dit meerjaren project.
In het kader hiervan beland ik in een klein dorpje aan zee, in een ogenschijnlijk idyllische omgeving en met een naam die zo in een boekje van Annie M.G. Schmidt zou passen: Katewel.
Sumba Barat Daya is overwegend katholiek, maar hier aan zee woont ook een percentage moslims en er staat een moskee te blaken in de zon.
In de schaduw van een grote boom worden de leefomstandigheden van de bewoners besproken naar aanleiding van foto’s die ze zelf hebben gemaakt met een camera die ze speciaal voor dit doel een poosje hebben gebruikt. Waar komen de muggen op af, hoe krijg je eigenlijk malaria en wat kost het je aan inkomsten als je door malaria regelmatig uit de running bent. Welke medicatie is er, waar kun je die krijgen, wat kost dat...etc etc...

Het is duidelijk een vrouwenaangelegenheid; de kepala dusun (dorpshoofd) loopt er wat bij rond, maar actief deelnemen aan het gesprek doet hij niet. Ik heb een schaaltje OKUL voor hem meegenomen, een plaatselijke lekkernij uit kampung GolluDapi, gemaakt door mama Mias (...here I go again....) . Het is fijngestampte ubi (zoete aardappel) met kelapa (kokos) en gula (suiker), en de kepala dusun laat het zich goed smaken, met uiteraard een paar eigen gebakken visjes erbij.

En dan op een avond laat, ik heb net met Peter gebeld en zit te denken aan ons nieuwe huisje aan de Oudebildtdijk, als ik Sulis hoor roepen en iedereen naar voren zie lopen, richting het hek.
Sulis’ sleutelbos is verdwenen, alsmede een flink pak geld.
En zoals wel vaker, zit ik ineens weer in een filmset. De kinderen worden wakker gemaakt en iedereen moet in de pondok gaan zitten, want er wordt rekening gehouden met het feit dat de dief zich nog ergens op het terrein bevindt.
De mannen (incl pater Mike) zoeken allemaal een grote bamboestok en gaan stuk voor stuk alle ruimtes binnen, zoals je dat in politieseries ziet. Alleen doen ze dat op slippers en in korte broek en met een bamboestok, alsof ze een kat weg willen jagen.
Ronny Malelak is niet zo’n held en meer een man van het woord.
Hij heeft voor de vorm ook een stok in z’n handen, maar leunt er op en blijft op veilige afstand en kijkt angstig om zich heen. Een scene uit mr Bean...
De dief wordt niet getraceerd, waarna er iemand wordt gebeld die die nacht een oogje in het zeil houdt op het terrein.
Pater Mike en opa Bambang slapen in Sulis’ huis en ik heb voor de zekerheid toch ook maar even onder mijn bed gekeken, maar nee hoor, geen dief..

De volgende dag had een teambuildingsdag moeten worden voor het team van Donders, maar er wordt besloten dat een andere keer te gaan doen.
De politie komt, alles wordt uitgelegd  en de speculaties zijn niet van de lucht. In lange monologen vertelt ieder z’n verhaal. De politieman in burger hoort het allemaal aan, kijkt zo nu en dan bedenkelijk en praat héél zacht, maar ik ben geloof ik de enige in het gezelschap die dat vindt.

En nu is het zondag en is de rust weer een beetje terug. Komende week gaan we de sponsorlijsten doornemen en allerlei aanverwante artikelen die horen bij de samenwerking tussen SOS en Sosial Donders. En gaan we op pad om Martijn van alles te laten zien.  

Reisverslag deel 3

De diefstal is opgelost....
Ela en Agung zijn als een soort Bonny en Clyde te werk gegaan. Het grootste deel van het geld is na een paar dagen pas teruggevonden op hun kamers. Ze hadden het eerst snel ergens anders verstopt, omdat de kamers doorzocht zijn.
Het hele gebeuren neemt enkele dagen in beslag: gesprekken met Ela, Agung, politie, ouders etc.
Het natraject wordt niet verzorgd door psycholoog of jeugdinstelling, maar alles moet met elkaar opgelost worden en er moet gedeald worden met alle beperkingen die er zijn.
De adat (lokale levenswijze) van Sumba is daarbij heel belangrijk, zeker bij de familie van Agung.
Agung en Ela hoeven niet naar het politiebureau, maar de consequentie van dit hele verhaal is wel dat ze niet langer in de asrama kunnen blijven wonen.
Ela gaat door de week bij familie wonen en in het weekend bij haar ouders. We blijven haar schoolgeld sponsoren. Zo gemakkelijk als ik dit opschrijf ligt het allemaal niet, want Ela’s ouders hebben zich tot nu toe weinig van hun dochter aangetrokken (en ze heeft nog 9 broers en zusjes).
Ela zelf is heel moeilijk te peilen en heeft al veel vaker geld gestolen, dit was de spreekwoordelijke druppel. Er wordt in de gaten gehouden hoe het verder met haar gaat.
Bij Agung komt er nog een indrukwekkende ceremoniële sessie aan te pas in het huis van Agungs grootouders, waar hij is opgevoed. Opa en oma zijn verweven met de Marapoe, het oorspronkelijke geloof op Sumba. Agung moet gereinigd worden, grootmoeder moet een heftige aanval doorstaan om uiting te geven aan haar verdriet, grootvader moet de ingewanden van twee geslachte kippen lezen, om zeker te zijn van een betere toekomst. Dit alles wordt afgesloten met een gezamenlijke maaltijd, waarbij de kippen verorberd worden. Ze zijn echter zó taai, dat ik het bij rijst en groente houd, maar hun ingewanden waren tóp heb ik begrepen!
Agung heeft nog 1 jaar te gaan op school. Studeren is geen optie voor hem, maar een opleiding tot timmerman o.i.d. wél.
Hoewel Agung en Ela straks niet meer in de asrama wonen, kunnen ze er wel huiswerk maken en meehelpen in de tuin. Agung’s zusje komt bij ons op de sponsorlijst en mogelijk komt zij dan ook in de asrama wonen.
Ook nu blijkt weer hoe belangrijk het is dat we samenwerken met een lokale partner als Sosial Donders. Zij zijn als geen ander in staat om dergelijke conflicten op te lossen, met alle kennis en respect voor de adat op Sumba. Wij zitten erbij en kijken ernaar en constateren dat de tijd en aandacht die hieraan besteed wordt, in Nederland allang onmogelijk is geworden.

Maar er moeten ook zeer basale zaken besproken worden, en dus zitten Martijn en ik een ochtend met pater Mike en Sulis om de tafel om sponsorlijsten, budgetten, plannen en financiële transparantie door te nemen. Momenteel sponsort SOS zo’n 80 scholieren, waarvan meer dan de helft ‘universitair’ is. Het gebruik van het gebouw ontwikkelt zich richting opvanghuis voor vrouwen van huiselijk geweld en een educatiecentrum voor scholieren. De eerste stappen daartoe zijn gezet.

Mensen hebben hier vaak meer mogelijkheden om hun leefbaarheid te vergroten dan ze denken.
Het beleid van Sosial Donders is niet direct gericht op economische hulp maar op hulp bij het zoeken naar die mogelijkheden, met respect voor de cultuur en adat van Sumba.
Die adat kost de mensen geld, veel geld. De ceremonies zijn een verplichting, evenals het meebrengen van kerbouw of varken. Die kosten miljoenen rupiahs en mensen steken zich er massaal voor in de schulden.
Een taxichauffeur vertelde dat hij er niet aan meedeed, maar bij een ceremonie slechts een envelop met inhoud meebracht. Met hulp van familie (taxichauffeur is nou eenmaal geen topbaan) lukt het hem om al z’n 8 kinderen naar school te laten gaan; de oudste 2 studeren zelfs in Yogja. Kan je nagaan...
Ook pater Mike gaf met zoveel woorden aan dat als er een alternatief zou zijn voor de ceremonies, de echte armoede op Sumba opgelost zou zijn. Maar ja, een diepgeworteld geloof als de Marapoe dat ten grondslag ligt aan het hele sociale gebeuren op Sumba, kun je dat wegdenken?
De kunst is om met respect voor de adat en de Marapoe toch te proberen veranderingen in denken in gang te zetten. Dat is de missie van Sosial Donders.

Daarom wordt de kinderen van de asrama zelfredzaamheid bijgebracht.
Het werken in de aangelegde tuintjes is daar een voorbeeld van. Iedereen heeft z’n eigen tuintje waar voor gezorgd moet worden. Opa Bambang begeleidt dit en vooral Serli en Iki hebben er duidelijk aardigheid aan. Hun tuintjes staan er dan ook geweldig bij!
De kinderen krijgen 3x per dag te eten en koken zelf, vaak dus met groente uit eigen tuin. Eens in de 14 dagen krijgen ze een pakketje met zeep, tandpasta, maandverband etc. Als Sulis of pater Mike ergens naar toe geweest zijn, nemen ze regelmatig iets voor de kinderen mee. (t-shirts uit Sulawesi, lekkere snacks uit Jakarta, of fruit...) en er wordt met ze gepraat, ze zijn op de hoogte van wat er allemaal gebeurt.
De kinderen wordt ook geleerd te bedenken hoe ze hun ouders kunnen helpen.
Serli koopt eens in de 14 dagen rijst voor haar ouders van haar eigen geld. Dat legt ze opzij van haar geld voor transport en zakgeld. Daarnaast heeft ze bedacht dat ze kopiën gaat verkopen op school.
Lules moeder maalt de koffie voor de asrama en verdient daar wat mee bij.
Pater Mike wil een machine aanschaffen, waarmee de vader van Serli en Lule hier op de asrama bakstenen kunnen maken en bij kunnen verdienen met de verkoop ervan.

Bij bezoeken aan een paar andere Smart Houses, zien we dat de vrouwen in district Kodi een soort coöperatie hebben opgericht om gezamenlijk ikats te weven en te verkopen.
De vorige keer dat ik in dit Smart House was werd er onderwijs gegeven en veel gezongen en gedanst. Nu zijn we er ‘s ochtends en zitten er 5 vrouwen zeer vakkundig ikats te weven.
En we zien verschillende stukken land waarop van alles verbouwd wordt: tomaat, lombok, pompoen, boontjes etc. Voordat het Smart House hier werd opgezet, werd er eenzijdig maïs verbouwd en onderling veel ruzie gemaakt en gestolen.
In het Smart House in Dikira wordt druk gewerkt aan een irrigatiesysteem, zodat ze het hele jaar door rijst kunnen verbouwen. Er loopt een rivier, en met een waterpompinstallatie die werkt op zonnepanelen kan het hele land geïrrigeerd worden. Sinds de komst van het Smart House is ook hier de leefbaarheid enorm verbeterd en zijn de mensen zelfvoorzienend. Het land wordt bemest met ‘pupuk organik’, organische mest, er is een visvijver, verbouw van allerlei gewassen en rijst, onderwijs voor de kleuters etc.
Als het SOS project van het Smart House in GolluDapi over een paar jaar ook dit soort resultaten heeft, is er een prachtig doel bereikt.

En er is nog iets gebeurd in deze weken, waardoor mijn leven nooit meer hetzelfde zal zijn.
Ik heb DURIAN gegeten, de gevreesde stinkvrucht, maar zóóóóó óverheerlijk!!!!

Reisverslag deel 4

Denpasar, Bali, onderweg naar huis...
Ineens zijn de 4 weken om, moet er de laatste dagen nog van alles gebeuren en bekruipt me het gevoel dat het tóch weer te kort was...
Naast alle gesprekken met pater Mike en Sulis over de sponsorlijsten, de financiën, de toekomstplannen en naast alle dagelijkse wederwaardigheden op de asrama maken we nog een paar mooie dingen mee.

Eens per jaar wordt er op verschillende plekken de pasola gehouden. Dat is altijd ergens in februari of maart, maar de preciese datum hangt af van de stand van de maan en waarschijnlijk nog van veel meer.. De pasola is het grootste volksevenement op Sumba en doordrenkt van Marapu rituelen.
Krijgers gaan elkaar met stokken te lijf, gezeten op behendige kleine paardjes. Het gaat er hard aan toe, tot bloedens toe. Voorafgaand aan deze pasola worden nachtelijke Marapu ceremonies gehouden.
Er is een groep Javanen op bezoek die de Marapu bestuderen en we kunnen met hen en pater Mike mee naar de pasola in Wanokaka, aan het strand.
We vertrekken ’s avonds en eten eerst in een warung in Waikebubak. Een Sumbanese sarong zit in m’n tas, kan ik zo over m’n broek heen aantrekken straks, en Martijn leert van pater Mike hoe hij een slendang om z’n hoofd moet draperen.
Om 12 uur ’s nachts gaan we eerst een stuk met de auto de bush in, op weg naar de ceremonie.
Het laatste stuk gaat te voet, stijl omhoog in het pikkedonker. Met sarong aan en op slippers is dat niet heel handig, maar het gaat prima.
Bovenop de heuvel op een grote oude grafsteen zitten 2 pasola krijgers en het is de bedoeling dat we allemaal wat geld geven. Dit wordt eerst geteld, voordat het geprevel begint.
Het is daarmee een moderne versie; vroeger werd er een kip geslacht, nu wordt er geld geteld. Ook de Marapu denkt aan de economische vooruitgang, tot spijt van pater Mike.
Na de hele ceremonie gaan we weer naar beneden, belanden in een huis waar we op dunne matrasjes op de veranda een paar uurtjes proberen te slapen. Dat lukt ten dele, ondanks de continue herrie van massa’s brommers, en vroeg in de ochtend, na een half kopje koffie met heel veel suiker en een klef broodje, gaan we met z’n allen richting strand.
Daar zitten de krijgers te turen naar de zee en zich mentaal voor te bereide op de strijd.
Er zijn veel mensen op het strand en uit het zeewater worden hele emmers vol zeewormen gehaald (nyalee), een delicatesse volgens velen, en ook nog boordevol proteïnen.
Het lekkerst zijn ze zo uit de zee, levend en wel. Ik laat de beker aan me voorbij gaan, helemaal op dit uur van de dag en de staat waarin ik verkeer.
Om 10 uur begint de pasola, en verhit gaan de krijgers te keer op hun behendige paarden; de stokken suizen door de lucht en zo nu en dan valt er een slachtoffer.
Je krijgt het gevoel dat alle Sumbanezen bij dit spektakel aanwezig zijn en het zijn prachtige taferelen, maar na een paar uur wil ik nog maar twee dingen: mandiën en slapen... (mandiën is ‘douchen’ met emmertjes koud water).

En de laatste zondag gaan we met de hele club naar Oro beach, naar het strand.  Alle kinderen en de hele staf van Sosial Donders. Op brommers en in 2 truckjes, inclusief de totale catering voor de dag, baby Anta en allemaal plantjes voor Lukas en Siska. Die gaan de kinderen voor hen planten, zodat ook zij groente uit eigen tuin kunnen kweken.
Het is al gauw weer heel gezellig en de meiden hangen aan Siska’s lippen terwijl ze baby Anta op schoot heeft.
Na het eten wordt er gezwommen, niet in badpak, maar gewoon in je kleren.
Met dank aan mijn tante en neven en nichten, die deze dag gesponsord hebben!

Met Sulis gaan we nog een dag langs verschillende scholen om de sponsorlijsten door te nemen, gegevens uit te wisselen en cijferlijsten te vragen.
Er zijn 2 scholen waar SOS de meeste sponsorkinderen heeft, een middelbare school en een lerarenopleiding. Beide scholen zijn van een realtief goed niveau en hebben hun administratie goed op orde.
Een goede samenwerking met deze beide scholen is in ieders belang.
In totaal sponsort SOS van 80 kinderen het schoolgeld. We hebben nu op de scholen aangegeven dat deze kinderen huiswerk kunnen maken in het gebouw van SOS. Daarnaast kunnen ze extra lessen krijgen in muziek, dans, engels en ‘public speaking’ (dat laatste is een belangrijk item). Hiervoor hoeft niet betaald te worden, maar er wordt wel inzet op een andere manier gevraagd. Andere kinderen helpen met hun huiswerk, helpen in de tuin, vrijwilligerswerk doen in het Smart House in GolluDapi etc.
Op deze manier krijgt het educatiecentrum een hele concrete invulling, maar het hele idee is nog vers en er zal nog wel wat tijd overheen gaan voor iedereen in de gaten heeft wat de mogelijkheden zijn.

De laatste dag gaan we nog even naar GolluDapi, afscheid nemen. De kinderen zingen dat het een lieve lust is, er worden kringspelletjes gedaan en na het handenwassen krijgt iedereen een beker ‘melk’ (ik herken de substantie in de bekers niet..), en een gekookt ei (wel herkenbaar als zodanig..).

Terug in de asrama wordt er gezamenlijk gegeten en praten we met z’n allen over de afgelopen weken.De kinderen komen aan het woord, en het valt me voor de zoveelste keer op hoe open er met hen gecommuniceerd wordt. Het is goed zoals het nu is; Sosial Donders doet fantastisch werk, er is wederzijds respect en de banden zijn gegroeid.
Kortom, we nemen afscheid, maar niet voor héééél lang!

En nu na een verse koffie en twee bruine boterhammen met kaas aan m’n eigen keukentafel stuur ik dit verslag. Weer thuis dus, ook mooi!!!

Reageren is niet mogelijk